De geprogrammeerde stad
Een tekst van informal strategies, gepubliceerd op Joop.nl op 2 maart 2012 ter gelegenheid van Occupy Campaign
http://www.joop.nl/opinies/detail/artikel/de_geprogrammeerde_stad/

De publieke ruimte is traditioneel de plek waar het publiek kan bestaan. Het is de ruimte waar we gezien kunnen worden, en waar we anderen kunnen zien. De publieke ruimte is de plaats waar we mensen ontmoeten die we niet kennen en die we misschien nooit toe zouden laten in onze privéruimtes. Voor het onderkennen van het publieke, van een gedeelde collectiviteit, is de fysieke ervaring van het publiek essentieel. Alleen wanneer we elkaar herkennen als onderdeel van een groter geheel, in plaats van een los netwerk van individuen, kunnen we gaan nadenken over het vraagstuk van het ‘algemeen belang’.

In onze hedendaagse steden wordt de publieke ruimte steeds meer geprivatiseerd. Parken, pleinen, winkelcentra en appartementencomplexen worden steeds vaker geheel of gedeeltelijk afgesloten. Er gelden hier geschreven en ongeschreven wetten, die dicteren hoe wij ons moeten gedragen. Een direct gevolg van deze maatregelen is dat groepen mensen die zich niet kunnen of willen conformeren aan dergelijke regelgeving, uitgesloten worden van deze ruimten. Voorbeelden hiervan zijn skaters, jongeren, drugsgebruikers en dakloze mensen.

Een van de belangrijkste controlemiddelen zijn bewakingscamera’s. In navolging van de Britse ‘Ring of Steel’ dat bestaat uit een netwerk van honderdduizenden CCTV camera’s in Londen, verschijnen nu ook in Nederland bewakingscamera’s op iedere straathoek. Door de nieuwste ontwikkelingen op surveillance gebied te analyseren, kunnen wij de onderliggende motieven van surveillance en mogelijke toekomstige consequenties aflezen. Wij willen hier de vraag stellen hoe ‘het publiek’ wordt gedefinieerd als het gaat om het beheersen van mensenmassa’s en het signaleren van onruststokers. Om de enorme hoeveelheden videobeelden efficiënt te kunnen verwerken, richten de nieuwste ontwikkelingen zich op statistieken: de mens in de controlekamer krijgt alleen nog maar de beelden te zien die onregelmatigheden tonen. De algoritmen die gebruikt worden om de beelden te interpreteren, spiegelen de gehanteerde definitie van ‘normaal’ gedrag.

Computers lezen de videobeelden door clusters van pixels te identificeren aan de hand van huidskleur en gezichtskenmerken. Wanneer een deel van de video wordt herkend als een‘persoon’, wordt er een twee- of zelfs driedimensionaal skelet over het beeld gelegd. Aan de hand van dit skelet kan het gedrag van de persoon worden afgelezen. Dit gedrag wordt vergeleken met een database van gedragingen: bijvoorbeeld liggen, zitten, draaien, rennen of wijzen. Bij afwijkende bewegingen kan een dissonant persoon gesignaleerd worden in de mensenmassa.

Belangrijk is dat mensen in deze visuele analyse in de eerste plaats worden gezien als individu en niet zozeer als onderdeel van een groter publiek. Er wordt een scheiding aangebracht tussen normaal en abnormaal gedrag. Het begrip publiek wordt hier vervangen door een verzameling van verschillende categorieën individuen met verschillende risicoprognoses. De stad als zodanig is niet langer een plek waar mensen samen komen en een publiek vormen. Het is een heterogene massa individuen die gecategoriseerd moet worden om controleerbaar en beheersbaar te zijn. Bepaalde groepen mensen kunnen stelselmatig geweerd worden uit de streng bewaakte stadscentra op basis van ongewenst gedrag.

De surveillancetechnieken dragen bij aan het fetisjeren van ‘normaal’ gedrag. Omdat abnormaal gedrag moeilijk te voorspellen en te categoriseren valt, wordt normaal gedrag in algoritmen beschreven, om alles wat daar van afwijkt te signaleren. Deze algoritmen vertellen ons dus iets over hoe wij ons zouden moeten gedragen in de openbare ruimte. Onze hedendaagse stedelijke openbare ruimte is ontworpen voor de stroom van mensen, goederen en informatie, die nodig is voor de cyclus van productie en consumptie. Alles wat botst met deze stroom, of er geen onderdeel van uitmaakt is bij voorbaat verdacht.

Deze manier van surveilleren degradeert de publieke ruimte tot speelveld van de vrije markt, dat alleen toegankelijk is voor geprivilegieerde actoren. Het plein als ontmoetingsplek, waar mensen samenkomen – ook als er geen markt is – lijkt te verdwijnen. De Beurspleinbezetting is dan ook een poging om de ‘Ring of Steel’ te doorbreken. Een tentenkamp waar iedereen zich aan kan sluiten en dat zich oneindig wil openen, om zo tot een publieke ervaring te komen waarbinnen iedereen zich gerepresenteerd weet in een groter collectief.

In de huidige situatie wordt de ervaring van het publieke ondergeschikt gemaakt aan het belang van de commercie. Activiteiten die niet rechtstreeks onderdeel uit maken van productie en consumptie, of hier zelfs een obstructie voor kunnen zijn, worden zoveel mogelijk geweerd. Om dit tij te keren is het van levensbelang om onze straten terug te vorderen en herdefiniëren als gedeelde ontmoetingsplaats. De bezettingen van de Occupy beweging doen precies dit: zij heroveren de openbare ruimte en forceren ruimte voor alternatieven.